Geen Moskee-patrouille in de Schilderswijk

Bijgewerkt: aug 28


De Federatie Islamitische Moskeeën oppert vandaag in het AD om opnieuw zichtbaar de straat op te gaan om rellen in de Schilderswijk te voorkomen. Dat gebeurde ook al in 2015 door de As Soennah moskee.

Partij voor de Toekomst Den Haag keert zich tegen dit voornemen. Het is niet de goede route om relschoppers te corrigeren via de moskee. Khadija Arib, voorzitter van de Tweede Kamer en geboren in Marokko, waarschuwde ons in haar autobiografie ‘Couscous op zondag’ (2009) indringend over de rol van moskeeën in het dagelijks leven van de Marokkaanse-Nederlander.


Tekortschietende handhaving bij rellen kan niet worden gecompenseerd door een moskee-wacht. Religieus gedachtengoed kan namelijk niet de orde handhaven. De scheiding tussen kerk en staat is er niet voor niets. Er bestaat namelijk de kans dat de normen en waarden van de religie - bewust of onbewust - worden toegepast bij het handhaven van de ‘orde’. Dat kan fout uitpakken als die normen en waarden afwijken van de normen en waarden vastgelegd in onze wetten, hetgeen in het geval van de islam niet geheel ondenkbeeldig is.


Imam als vertegenwoordiger van Marokkaanse gemeenschap?

In de jaren 70 maakte de overheid een kapitale blunder. Onkundig als ze waren over de Marokkaanse cultuur, bombardeerde de overheid de imam als vertegenwoordiger van de Marokkaanse gemeenschap. Khadija Arib hield ons in haar autobiografie de spiegel voor. De imam en de moskee als belangenbehartiger van de Marokkaanse gemeenschap? In Marokko speelt hij een marginale rol. Hij is voorganger bij het gebed en hij krijgt op vrijdag een bakje couscous van de kleine Khadija.


“De islam speelde in de jaren 70 nauwelijks een rol in de levens van de Marokkanen in Nederland (p.190).”


Zo begint het hoofdstuk over de dubieuze rol van de Nederlandse overheid bij de islamisering van de Marokkaanse gemeenschap. Met een paar indringende passages maakt Arib gehakt van de Nederlandse aanpak:


“De imam werd gebombardeerd als belangenbehartiger van de Marokkanen. (…) De imam was niet langer alleen een voorganger in de moskee, maar kreeg er allerlei taken bij. Hij werd gezien als een maatschappelijk werker, als pedagoog, hij moest van de Nederlandse overheid de jongeren aanspreken (…). De moskeebesturen knikten altijd ja als een wethouder of gemeenteambtenaar ze vroeg ook huiselijk geweld en homo-emancipatie mee te nemen in de preek. Maar wat daadwerkelijk werd gepreekt, wisten alleen de moskeegangers (p.191).”

Als vrouwenorganisatie moesten wij voortaan niet alleen in het geweer komen tegen de traditionele opvattingen binnen een aantal Marokkaanse gezinnen, en vechten tegen de middeleeuwse wetgeving in Marokko, maar ook tegen de Nederlandse overheid die ons dwong om samen te gaan werken met de moskeeën. Die werden voornamelijk bezocht door oude mannen die vonden dat vrouwen een hoofddoek moeten dragen, zich niet mogen opmaken en vooral niet mogen scheiden. In de moskee werd in geuren en kleuren verteld wat met vrouwen die zich opmaakten zou gebeuren. als ze eenmaal naar de hel gingen: zij zouden aan hun geëpileerde wenkbrauwen met twee tangen boven het vuur worden gehangen totdat ze helemaal verbrand waren (p. 192).”


“Moskeeën speelden een dubbel rol. Tegenover de Nederlandse overheid stonden zij open voor integratie en emancipatie, maar binnen de eigen gemeenschap preekten zij de islamitische leer (p. 191-192).”


“In Amsterdam en Utrecht waren moskeeën waarvan iedereen wist dat die de radicale islam predikten. Dat waren broedplaatsen van radicalisme. Wij begrepen er niets van dat de Nederlandse overheid toezag op deze praktijken en niets ondernam (p. 197).”


Geen moskee wacht

En dan nu vanuit de moskee het toezicht op straat gaan regelen? De wijze woorden en de waarschuwingen van Arib kunnen we ons beter ter harte nemen. De Partij voor de Toekomst Den Haag roept het Haagse college en de raad met klem op niet akkoord te gaan met een moskee-wacht. Laten we niet dezelfde fout maken als in de jaren 70. Laten we de rol van de moskee niet groter maken in het leven van de Marokkaanse-Nederlander. Niet in de laatste plaats omwille van de vrijheid van vrouwen.


“Ik realiseerde me dat het islamisme zijn intrede in de Marokkaanse gemeenschap had gedaan en ik vreesde voor de gevolgen voor vrouwen en meisjes. Het zijn namelijk altijd de vrouwen die de prijs betalen als religieuze groepen aan de macht komen (pag. 229).” Khadija Arib


Couscous op zondag, Khadija Arib, 2009


Lees de hele recensie op mijn blog


85 keer bekeken

Spui 70, 2511 BT Den Haag

070 353 2012

©2020 PvdT Den Haag. Webplatform Wix.com